Skip to main content

Bestuurders- aansprakelijkheid (deel I)

Gepubliceerd op:
11 april 2024
Britt Loeffen

Een belangrijk kenmerk van een B.V. is dat aansprakelijkheid ‘in de BV’ blijft hangen en niet terechtkomt bij bestuurders van de B.V. Schuldeisers moeten aankloppen en verhaal zoeken bij de B.V. De bestuurders blijven in beginsel buiten beeld. Er zijn echter (uitzonderlijke) situaties waarin bestuurders toch kunnen worden aangesproken. Dat kan bijvoorbeeld als er sprake is van onbehoorlijke taakvervulling, onbehoorlijk bestuur of een onrechtmatige daad van bestuurders.

Onbehoorlijke taakvervulling
Een bestuurder is tegenover de B.V. verplicht tot een behoorlijke vervulling van zijn taak. Er is niet zomaar sprake van onbehoorlijke taakvervulling. De bestuurder moet een ernstig verwijt gemaakt kunnen worden. De drempel om van onbehoorlijke taakvervulling te kunnen spreken is dus hoog.

Het gaat hier om een zogenaamde interne aansprakelijkheid. Dat betekent dat alleen de B.V. een bestuurder kan aanspreken op grond van onbehoorlijke taakvervulling. Buitenstaanders kunnen dat niet. Hierna volgen twee grondslagen voor bestuurdersaansprakelijkheid die wel door anderen kunnen worden ingeroepen.

Onbehoorlijk bestuur
De grondslag van onbehoorlijk bestuur geldt als de B.V. failliet gaat. In dat geval is een bestuurder namelijk persoonlijk aansprakelijk als hij a.) zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld én b.) het aannemelijk is dat het onbehoorlijk bestuur een belangrijke oorzaak is van het faillissement.

Voor een onbehoorlijke taakvervulling (vereiste a.) moet sprake zijn van een ernstige verwijtbaarheid bij de bestuurder. Dat betekent dat onopzettelijke domheden of beleidsfouten niet voldoende zijn. De drempel is hoog.

Als vast komt te staan dat er sprake is van een onbehoorlijke taakvervulling, moet vervolgens blijken dat de onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement (vereiste b.). Pas als aan beide vereisten is voldaan, is een bestuurder aansprakelijk op grond van onbehoorlijk bestuur.

Onrechtmatige daad
De tweede mogelijkheid voor aansprakelijkheid van een bestuurder is de onrechtmatige daad. De bestuurder moet dan een persoonlijk ernstig verwijt kunnen worden gemaakt. Daarvan is onder meer sprake als:

  1. I. de bestuurder bij het aangaan van verplichtingen namens de B.V. heeft gehandeld en de bestuurder op dat moment wist of behoorde te weten dat de B.V. niet aan deze verplichtingen kon voldoen; of
  2. II. de bestuurder heeft toegelaten dat de B.V. haar wettelijke/contractuele verplichtingen niet nakwam.

Bij een situatie als bedoeld onder I. kun je denken aan de situatie waarin de bestuurder vanuit de B.V. een grote order plaatst en de order ook in ontvangst neem, terwijl de bestuurder weet dat de B.V. helemaal geen geld heeft om deze order te betalen.

Bij een situatie als bedoeld onder II. kan men denken een de situatie dat de bestuurder de B.V. leeg haalt, zodat er geen geld meer is om schuldeisers te betalen.

Ook hier is de drempel hoog en wordt niet eenvoudig aangenomen dat er sprake is van bestuurdersaansprakelijkheid.

Conclusie
Hoewel de structuur van de B.V. haar bestuurders beschermt tegen aansprakelijkheid, zijn bestuurders niet geheel gevrijwaard. Wanneer zij hun taak als bestuurder niet behoorlijk uitvoeren, dan lopen zij het risico persoonlijk aansprakelijk te zijn.

Wil je meer weten over dit onderwerp, neem dan vrijblijvend contact op met mij.