Eigenaar en ruiter ruziën over samenwerking

Paardeneigenaren en ruiters bundelen vaak hun krachten. De eigenaar heeft een geschikt paard, maar kan het paard niet trainen. De ruiter kan trainen, maar heeft geen geschikt paard. De eigenaar stelt zijn paard dan ter beschikking aan de ruiter die het paard kan trainen. Zo vullen zij elkaar aan. Maar…..dat gaat helaas lang niet altijd goed.
Het africhten van een paard kost veel tijd en geld. Om dit financieel te kunnen bolwerken, kan een eigenaar de afspraak maken met een ruiter dat de ruiter mede-eigenaar wordt van het paard en een deel van de opbrengst krijgt als het paard wordt verkocht in ruil voor training en africhting van het paard. Een mooie afspraak, waarmee beide partijen zijn geholpen.
Waar eigenaar en ruiter helaas vaak niet over nadenken zijn de situaties waarin het minder voorspoedig verloopt. Bijvoorbeeld het paard raakt geblesseerd. Of nog erger, het overlijdt. Krijgt de ruiter dan niets voor zijn geïnvesteerde tijd? En wat als de eigenaar niet tevreden is over het werk van de ruiter? Kan hij het paard dan zomaar ophalen en door iemand anders laten trainen? Verder kunnen partijen van mening verschillen over het moment waarop het paard verkocht moet worden? De ruiter zal op enig moment geld willen zien, terwijl een eigenaar het paard misschien graag aanhoudt tot op het hoogste niveau. Dit zijn zomaar een paar onderwerpen die tot de grootste ruzies tussen eigenaren en trainers kunnen leiden.
Vaak leggen eigenaar en ruiter niets vast over wat zij hebben afgesproken. Dat was ook het geval in een zaak die werd voorgelegd aan het Gerechtshof in Arnhem. Ruiter en eigenaar verschilden van mening over wat zij hadden afgesproken. De ruiter stelde dat hij opdracht had gekregen van de eigenaar om de paarden te trainen en daarom aanspraak kon maken op een redelijk loon. De eigenaar zei iets anders. Volgens hem zou de beloning van de ruiter eruit bestaan dat de ruiter mede-eigenaar zou worden van de paarden en zou delen in de verkoopopbrengst. Er stond niets op papier, dus het was het woord van de ruiter tegen het woord van de eigenaar.
Het oordeel van het Gerechtshof was simpel. Omdat (schriftelijk) bewijs van een afspraak tussen de ruiter en de eigenaar ontbrak, kon de ruiter aanspraak maken op een redelijk loon én vergoeding van de kosten die de ruiter had gemaakt voor de stalling, verzorging en training van de paarden van de eigenaar. Dit bedrag liep aardig op. Het niet vastleggen van de afspraken kwam de eigenaar hier dus duur te staan.
Deze zaak bij het Gerechtshof is geen uitzondering. Meer dan eens ruziën eigenaar en ruiter over de ‘samenwerking’. Iets wat eenvoudig kan worden voorkomen door het vastleggen van de afspraken. Dat hoeft zeker geen lang contract te zijn. Het spreekwoordelijke ‘bierviltje’ kan volstaan.
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2019:6934